Je hebt een djembé aangeschaft en nu moet je er nog iets mee doen. Je gaat les volgen. Weet wel: niemand kan je op één-twee-drie leren spelen. De djembé is niet zomaar een trommeltje, neen, we hebben het hier over een muziekinstrument dat, als je het echt wil leren beheersen, evenveel oefening vereist als bv. gitaar of piano. Je kan natuurlijk ook wel heel snel heel veel lol maken met vrienden zonder al te veel studie, maar zonder de juiste techniek blijf je beperkt.

De basisvereiste om muziek te kunnen maken met enkel een percussie-instrument is dat je variatie in je klanken kan brengen. Het is absoluut noodzakelijk een duidelijk gedefinieerde bas, toon en slap te kunnen produceren op je djembé. De bas vormt voor niemand een probleem; je laat je vlakke hand op het midden van het vel vallen, zonder evenwel je hand te laten liggen. Maak het vel aan het trillen en laat het zijn trilling behouden door onmiddellijk na de impact je hand terug te trekken. Blijf niet plakken aan het vel, demp de trilling niet.

Hetzelfde geldt voor de toon. Deze vorm je door de volledige lengte van al je vingers, je duim uitgezonderd, op de rand van het vel te laten neerkomen en onmiddellijk weer los te laten, alsof je een hete kookplaat raakt. Hou je vingers hierbij gesloten, tegen elkaar. De open toon is de natuurlijke stem van de djembé.

De slap, of claque en français, is voor velen de moeilijkste klank. Hierover zullen de Afrikaanse meesters zich ook zeer verschillend uitspreken naargelang de streek. Een geoefend djembé-speler kan door te variëren met positie, spanning en kracht variëren in de klank van zijn slaps.

Hieronder enkele citaten van mensen die hard aan hun slaps gewerkt hebben:

Merlin: “Ik heb geleerd mijn handen op dezelfde plaats op het vel te houden als bij de open toon, mijn vingers te ontspannen en met de handen ietwat naar buiten gedraaid een zweepslag op het vel te geven met het vlakke gedeelte van de vingertoppen. Met wat oefening klinkt je slap perfect en met deze techniek kan je hoge tempo’s aan. Als je een luide klank wil produceren, laat je de handen van hoog komen. Zachte tonen komen van lager bij het vel. Denk eraan: sla je drum niet, maar kietel zijn vel en laat hem lachen. Met teveel kracht produceer je zeker geen mooie klanken. Je pijnigt je djembé en hij zal je dat ook laten voelen .”

Happy Shell: “Open tonen worden gevormd door de eerste twee vingers: wijs- en middelvinger, terwijl de slaps hun klank krijgen van de platte kant van het eerste “kootje” van de pink en de ringvinger. Wanneer je de handen een ietsje naar buiten draait en de vingers ontspant, dan “zwiep” je met de pols die buitenste vingers op het vel.”

Beverly: “Ik had ooit een leraar die beginners ertoe aanspoorde om zover mogelijk op de rand, bijna met de vingertoppen, te spelen, tegen de neiging van de meesten om de slap te ver naar het midden te spelen. Dit geeft volgens hem teveel bas in de ondertonen.”

Scott: “Ik vergelijk het produceren van een slap graag met een crash-test waarbij de dummie niet zit vastgeriemd. Het bovenste gedeelte van de handpalm, net onder de vingers, is de bumper. De rand van de djembé is de hindernis. Het vel is de voorruit. Je vingers zijn de crash test dummies.
De hand komt naar beneden, de bumper (handpalmrand) raakt de hindernis (rand vel) en de loszittende dummies (vingers) vliegen voorwaarts, tegen de voorruit, en ze kaatsen terug, net als in de TV-spots !!
Deze benadering maakte echt wel het verschil bij mijn leerlingen. Voordien sloegen zij enkel met gespreide vingers, niet altijd even ontspannen, op het vel zonder enige bepaalde klank te maken. De meesten hadden de reclamespot wel ergens gezien en konden de vergelijking maken.”

Ed Hatfield:
“Gisteren in de les bij Lansana Dioubate heb ik eens wat meer op zijn slaps gelet. Hij maakt zijn slaps op verschillende manieren maar als het tempo opgedreven wordt, is het enige zichtbare verschil de spanning in zijn vingers; ontspannen voor slaps en stijver voor open tonen.
Ik denk dat veel mensen meer slaps dan open tonen spelen. Lansana dringt er bij ons steeds op aan om meer aandacht te besteden aan onze open tonen en de bassen.”

Bailes: “Mijn mening ? Als je een goede techniek ontwikkelt, zal je veel minder last hebben van pijnlijke handen. Wie je ook bent, eender wat ontwikkelen vergt oefening, véél oefening. En dan nóg zal je je techniek blijven aanpassen aan je nieuwe instrument, een andere spanning, een dunner vel enzovoort.
Een diepe bas, een heldere open toon en een scherpe slap zijn dé basis voor onze ritmes. Maar bovenal: studeren bij, of enkel spelen met iemand met een goeie techniek, zal je inspireren en je helpen je eigen techniek te ontwikkelen. Je merkt het meteen als je techniek verbetert; alles wordt makkelijker en plezieriger.”

Dan: “Houd je hand zoals een ping pong-pallet en begin aan de rand van het vel. Verplaats vervolgens je slagen stelselmating naar het midden. Luister heel goed naar je klanken. Aan de rand hoor je hogere noten, misschien zingt je vel wel iets teveel.. Verplaats dan je hand iets meer naar het midden. Hoe dichter je bij het middelpunt komt, hoe meer bas je zal horen. Trek dan je hand weer iets meer terug naar de rand van het vel tot je geen bas meer hoort. Nu ga je de juiste klank vinden. Dus: geen bas en lange tonen.”

Dennis: “Ooit maak ik mooie klanken, slaps of open, en denk ik: shit, hoe heb ik dat gedaan ? Er moet een zuiver fysieke verklaring voor zijn, maar alles gaat zo snel dat je echt niet de tijd hebt om te observeren (jezelf of anderen) en te ontleden. Volg mij even; als je na een slag je hand niet minstens even snel weer weghaalt als de frequentie van een open toon, ga je deze open toon dempen. Dit is zuivere fysica. Dus, als je je hand een fractie van een seconde op het vel laat liggen, krijg je een open toon. Laat je de vingers zo snel mogelijk terugkaatsen, ga je meer hoge tonen krijgen.